Een nieuw jaar, een nieuw begin, een nieuwe site. Voortaan ben ik te volgen via:
Ik hoop jullie daar weer te zien!
Een nieuw jaar, een nieuw begin, een nieuwe site. Voortaan ben ik te volgen via:
Ik hoop jullie daar weer te zien!
Dag 135: toen ik vanochtend wakker werd in het strandhuisje dacht ik dat de zon nooit meer zou schijnen. Het regende echt pijpenstelen, wat een hondenweer zeg! Gelukkig klaarde het op toen we besloten hadden dat de dag nu toch eindelijk wel eens mocht beginnen (inmiddels was de ochtend alweer bijna voorbij).
Even naar buiten gegaan, richting een cafeetje gelopen, daar wat poffertjes naar binnen gewerkt. Toen we daarvan terug kwamen wat matjes op de grond gegooid. Niets beter dan in slaap vallen in de zon. Puur geluk, zeker voor herhaling vatbaar. Kom maar op met dat strandseizoen.
Zo warm dat zelfs de machinist met de deur open rijdt
(ps. nadeel van midden in de week weggaan is wel dat ik nu een weekend-gevoel heb. En dat is dan helaas weer niet zo. Morgen gewoon werken en naar college. Maar nu eerst even lekker douchen, wat series terug kijken op internet, en verder lezen in mijn boek…)
Dag 134: terug van een dagje Amsterdam. Een leuk dagje Amsterdam, om precies te zijn.
Om 10 uur ’s ochtends had ik een afspraak met iemand van de ASVA studentenunie. De ASVA is op dit moment bezig met het creëren van een werkgroep, waarin gepraat zal worden over wat de ideale universiteit is. Een soort denktank dus. Leuk, al heb ik in het gesprek wel aangegeven dat ik er niet veel tijd voor zal hebben. Ik moet die goede voornemens van mij (o.a. maximaal 10 uur per week werken) toch een beetje in de gaten houden, niet?
Vervolgens op mijn gemak richting de Oude Kerk gelopen. Op dit moment zijn daar namelijk de winnende foto’s van de World Press Photo te zien. Echt een aanrader (vooral als je een museumjaarkaart hebt, zoals ik, maar die niet gebruikt). Maar wel ook ontzettend heftig: zoveel foto’s, zoveel verschillende mensen en situaties die gefotografeerd zijn, zoveel emoties ook vooral. Dat krijg je als mensen kijken naar mensen. Dan wordt opeens duidelijk dat we, hoewel we allemaal mensen zijn, toch allemaal een ander leven hebben. Maar dat we ondanks dat gegeven, wel de pijn van anderen kunnen voelen.
Volgende week ga ik overigens nog even terug om foto’s te maken. Ik mag er namelijk een sfeerverslagje over schrijven voor een website die binnenkort de lucht in gaat, maar dan heb ik wel foto’s nodig. En de foto’s op de website van de world press photo zijn uiteraard verboden om te kopiëren. Zoiets heet copyright geloof ik
Hmm, misschien moet ik de fotograaf zelf gewoon googelen, wellicht heeft diegene een website met de foto’s erop die ik wel in mijn stukje mag opnemen? Iets om uit te zoeken dus.
Daarna even een drankje gedronken met vriendin Paulien in het Crea Cafe, vlakbij de locatie waar ik een uur later les zou hebben. Veel gepraat en gelachen, dus ook dat was echt top. College was overigens ontzettend grappig: er was een gastspreker, maar die verkondigde een andere mening dan de docent. Met als gevolg dat de docent in bevlogen discussies probeerde duidelijk te maken dat “De journalistiek echt niet dood is”. Vanaf mijn plek was het gewoon hilarisch: ik kon zowel de gastspreker als de docent goed in de gaten houden. En ik kon precies zien wanneer de docent zich beledigd voelde. Hij is nog van de oude stempel laten we maar zeggen, die bloggen en andere internetactiviteiten niets vindt.
En nu zit ik hier, achter mijn computertje (net zoals gisteren, maar dan zonder een stapel papier en een bril op m’n neus). En straks na het avondeten naar het strand met Vriendlief, daar blijf ik vanavond slapen. Zijn ouders hebben daar namelijk een strandhuisje (toch handig die schoonouders!), en daar gaan we eens even lekker gebruik van maken.
Eindelijk eens tijd om lekker gek te doen (er is toch niemand), een goed boek te lezen (er is toch niets anders te doen) en te genieten van de rust. Ik moet vaker zulke dagjes als vandaag houden.
Tot morgen!
Dag 133: pff ik kan merken dat er de afgelopen paar weken veel gebeurd is wat me van mijn huiswerk heeft afgehouden. Die deadlines die ik normaal gesproken zo keurig haal, beginnen nu toch wel heel dichtbij te komen (zo dichtbij dat ik ze morgen moet inleveren zeg maar). Afspraken van vandaag daardoor zoveel mogelijk naar morgen verplaatst. Morgen daardoor een druk, maar leuk dagje. Eerst dus even die opdrachten inleveren, dan een gesprek met de ASVA Studentenunie (ze willen naar aanleiding van de essaywedstrijd een werkgroep over de ideale universiteit opzetten), vervolgens even binnenkijken bij de World Press Photo. Om daar vervolgens een sfeerverslag van te schrijven, gevolgd door een terrasje pakken met vriendinnen, met wie ik daarna in de collegebanken zit. En dan in de avond lekker naar het strand met Vriendlief. Een leuk, druk dagje dus.
Maar nu eerst: deadlines! Als iemand zich afvraagt waar ik ben is het antwoord: voor mijn computer, met papier en artikelen voor zich, en een veel te lelijke bril op mijn hoofd. Ik werk.
Dag 132:
Oproepje aan die lezer die het leuk vond mij vandaag in een negatieve reactie de grond in te boren. Ik weet dat er veel bloggers zijn die zeggen “negatieve reacties zijn prima, dat hoort erbij”. Nou, raad eens: ik ben niet een van die bloggers. De teksten die ik hier schrijf vormen mijn uitlaatklep, opbouwende kritiek mag, negatieve-en-ik-zal-zorgen-dat-je-van-een-brug-afspringt-kritiek is wat minder welkom. Vooral als deze kritiek zo persoonlijk en gedetailleerd is dat ik het sterke gevoel heb dat ik je ken. Waarom zou je anders immers zitten zwoegen op dat literaire staaltje van je? Een tip: als je mij niet leuk vindt, dan kun je in de rechterbovenhoek op het kruisje klikken. Hebben we niets meer met elkaar te maken. Vrij simpel allemaal. Doe dus maar even niet, en vind een leven. Of spring zelf van een -lekker hoge- brug af, dat mag natuurlijk ook.
Dag 131: ik vond deze week moeilijk, niet zozeer wat betreft voornemens echter. Ik heb me namelijk vooral gericht op gezonder eten, en daar heb ik een mooi begin mee gemaakt. Snoep hield ik op een afstandje. Al ben ik niet heel strikt geweest: ’s avonds als ik in bed lag met een boek of tijdschrift heb ik er ook een stukje chocola bijgepakt. Let hierbij op ’s avonds en stukje. De afgelopen tijd eet ik namelijk steeds vaker overdag en dan gaat het om stukken. Niet lekker, niet gezond, en daar moet het maar eens klaar mee zijn.
Voornemen voor volgende week is om het gezonde eten een stapje verder te brengen. Ik ga zo even richting de AH om wat vers fruit te halen, appelsap, noten, en nog wat lekkere, gezonde dingen. Thuis hebben we ook wel het een en ander liggen, maar helaas zijn mijn ouders vooral praktische eters: ze eten om de honger te stillen, niet omdat ze ervan genieten. Nou, datdachtikduseffeniet. Naar de AH dus, gezond op de fiets.
Gisteren heb ik ook mijn geliefde fietsje gepakt toen ik spontaan had besloten naar het tuincentrum te willen. Ik ben nu al een tijdje bezig met het dakterras mooi maken, en dat begint wel aardig te lukken. Het is gewoon nog geen bloemenzee. Dus ik naar het tuincentrum, wat bloemen gekocht, en vervolgens weer -met een enorme hoeveelheid tassen aan mijn stuur- naar huis gefietst. Het resultaat?



Best een aardig resultaat dus, al zeg ik het zelf
Wat is er dan gebeurt wat de week wat minder makkelijk maakte? Allereerst herinnerde de reunie van deze week me eraan hoe blij ik ben dat mijn middelbare schooltijd voorbij is. Het gebrek op de universiteit aan kliekjes die niet kunnen functioneren zonder elkaar vind ik gewoon wel erg fijn. Geen scheve blikken meer, geen roddels meer, gewoon normale mensen. Pfff, een gevoel van dankbaarheid overspoelt me.
Als je het zo bekijkt is het eigenlijk nog best een prima ervaring geweest, ik waardeer de uni nu meer dan ik al deed. Wat minder makkelijk te relativeren is, is het gesprek dat ik gisteravond met mijn schoonouders heb gehad naar aanleiding van wat een paar weken geleden is gebeurd. Het ging precies zoals ik had verwacht: er werd ontkend, gedaan alsof ik spoken zag, verteld wat ik fout deed en voortaan goed moest doen. Bovenal had ik het gevoel dat ik mijn ouders, mijn opvoeding en mezelf moest verdedigen. “Ja, dat weet jij natuurlijk niet Nathalie, mijn in nauwe familiebanden zoals de onze moet je tijd in elkaar investeren”.
Nu is er een ding wat je niet tegen me moet doen, en dat is tegen me praten alsof ik een klein kind ben dat nog niets van de wereld snapt. Ik ben geen klein kind, en ik ben prima in staat mezelf te verdedigen. Met als gevolg een soort van slachtpartij, waarbij helaas aan beide kanten slachtoffers vielen. Ik geloof niet dat er iemand zo brutaal is geweest tegen mijn schoonouders als ik gisteren, en ergens ervaar ik dat als een -heel zuur- compliment. Ik had het gevoel dat ik me moest verdedigen, en dat is precies wat ik heb gedaan.
Maar goed, niet makkelijk dus met nog minder makkelijke gevolgen. Ik neem even een schoonouders-pauze, en ik richt me weer alleen even op de relatie tussen Vriendlief en ik, die door deze situatie ook wel even een klap heeft gehad. Maar dat komt wel goed, net zoals de relatie met mijn schoonouders uiteindelijk goed komt. Ik had gewoon eerder grenzen moeten stellen en eerder moeten aangeven dat ik compleet verschillend ben dan hun. Verder moet ik gewoon weer even bedenken dat ze zijn wie ze zijn, het niet slecht bedoelen, en bovenal dat ze niet zullen veranderen. Maar het komt wel goed…
Volgende week weer een druk weekje, waarbij gezondheid voorop staat. Daarnaast staan er wat etentjes en feestjes op de planning, dus dat is gezellig. Ik vind dat ik het deze week goed gedaan heb
Dag 129. Ik stel me vaak kwetsbaar op en ik ben er heilig van overtuigd dat dit laat zien dat ik in mezelf geloof en dat ik een sterk persoon ben. Ik durf immers de confrontatie aan te gaan, met een nederige instelling en dat is niet altijd even makkelijk. Het probleem met je kwetsbaar opstellen is echter dat het in feite betekent “jezelf zo opstellen dat je de kans loopt gekwetst te worden”. En gekwetst worden vind ik eigenlijk een stuk minder leuk.
Op momenten dat dit dan toch gebeurt heb ik gewoon wat bevestiging nodig. Op zo’n moment wil ik gewoon van iemand horen dat ik het wel goed doe, ondanks dat de resultaten er niet altijd zijn. Gisteren kreeg ik dat te horen van een paar docenten, naar aanleiding van mijn gesprek met X (zie stukken van gisteren). Zij waren minstens zo verontwaardigd als ik “nu houdt het gewoon op, je hebt alles gedaan wat je kon”, was hun bevredigende reactie.
En gisterenavond laat, nadat ik Vriendlief had gesommeerd om meteen naar me toe te komen en ik in zijn armen lag, vroeg ik “ben ik een goed persoon?”. Vanuit het donker klonk het antwoord “Tuurlijk ben je een goed persoon!!. Ik heb nog nooit iemand ontmoet die zo oprecht en principieel is, die zoveel karakter heeft en zoveel over heeft voor anderen.”
Zoiets heet weliswaar vissen naar complimentjes, maar soms heb ik de bevestiging even nodig. En daar is niets mis mee, al zeg ik het zelf. Dat is mijn beloning.